Aanbevolen post

De website krijgt een nieuw jasje

De website van het Takketiele Huis krijgt op dit moment een nieuw jasje, daarom komt u op deze blog terecht. Hieronder vindt u Contact: ...

zaterdag 28 mei 2011

Over kamille - matricaria recutita/chamomilla

Vandaag zou ik kamille gaan plukken, maar wou toch eerst weten hoe en wanneer die best geoogst wordt. Ik las al ergens dat dit best 's ochtends gebeurt, en op infoteur staat dat het droog en zonnig moet zijn. Niet vandaag dus!

Hier het hele artikel van infoteur.nl:

Er bestaan twee soorten: de kleine kamille (Matricaria chamomilla) en de roomse kamille (Anthemis nobilis). De eenjarige kamille (Matricaria chamomilla) is het soort dat meer voor medische doeleinden gebruikt wordt, terwijl de overblijvende roomse kamille (Anthemis nobilis) evenals andere Arithemis-soorten als sierplanten worden gekweekt.

Eigenschappen:
Er is een tijd geweest, dat kamillebloesem als geneeskruid hoger werd aangeschreven dan nu het geval is. Dit kan komen door de verwarring tussen de twee verschillende soorten kamille, die verschillende eigenschappen bezitten. Alleen de kleine kamille bevat de heilzame blauwe olie, die zo waardevol is voor medische doeleinden.

De bloemen van de kleine kamille hebben een aangename geur en oefenen een reinigende en kalmerende invloed uit op het maagdarmstelsel, in feite op alle organen die met slijmvliezen bekleed zijn. De olie van deze kamille heeft in pas gedistilleerde vorm een blauwe kleur, die veroorzaakt wordt door een chemische stof genaamd azuleen. Deze stof is verantwoordelijk voor de ontstekingbestrijdende werking van de kamillebloem en hoe groter het gehalte hiervan in bloem of olie, des te krachtiger is de werking.

De kamillebloem is geneeskrachtig, helend, verwarmend, kalmerend en verzachtend, maar nooit opwekkend. Kamille wordt dan ook gebruikt als thee tegen buikpijn, in clysma’s, in gorgeidrank en als mondspoeling.

Uiterlijk van de plant:
De kleine kamille lijkt op onkruid, dat er bijna net zo uitziet en waartoe zowat twintig soorten horen, bijvoorbeeld stinkende kamille. De beste manier om de echte kamille te onderscheiden is te letten op de gele bloembodem die duidelijk kegelvormig is en bovenal hol. De bloempjes zijn neergeslagen, behalve bij jonge bloemen, en gestraald. Er is een kamille zonder straaibloemen, met dicht opeen gedrongen bladeren, die eveneens een holle bloembodem heeft, maar die geen blauwe olie bevat. Deze soort heet schijfkaniille (Matricaria discoda).

Haar bloemen kunnen wel in kleine hoeveelheden aan de bloemen van de echte kamille worden toegevoegd. Beide hebben een rechte onbehaarde stengel van 15-16 cm hoogte, maar alleen de echte kamille kan 40 cm hoog worden en bezit de 15 witte straalbloemetjes van ca. 6 x 9 x 2-3 mm die neerslaan zodra ze opengaan. Ze staan in ‘t koren, op klei- en zandgronden. Verwar ze vooral nooit met de kamille die als snijbloemplant in tuinen gekweekt wordt (in Nederland hoofdzakelijk Anthemis tinctoria) en het moederkruid Chrysanthemumparthenium).

De roomse kamille heeft dubbele witte bloemen die een aangename lucht verspreiden wanneer u ze tussen de vingers wrijft. Ze heeft ook aromacellen in de schutbiaden, die breed zijn en bijna even lang als de bloemblaadjes.

Kweek:
De echte of kleine kamille is een eenjarige plant, die elk jaar moet worden ingezaaid en aangezien hij zichzelf makkelijk uitzaait, verschijnt hij steeds weer op andere plaatsen. Hij kan vroeg in het voorjaar of in de herfst
gezaaid worden in rijen van 20-30 cm of in drie rijen met een tussenruimte van 20 cm en dan telkens een tussenruimte van 50 cm per drie rijen. De uiterst fijne zaden moeten op een vochtige dag gezaaid worden nadat ze met wat zand of as van hout werden vermengd. Tijdens het ontkiemen doet u er goed aan ze te begieten.

De roomse kamille wordt vermenigvuldigd door scheuren en stekken in april; de planten moeten ca. 10 cm van elkaar worden gepoot. Hij is geschikt voor de aanleg van gazons op droge grond, waar hij groen blijft als het gras al bruin begint te worden vanwege de droogte. Hij heeft een aangename reuk als men erop loopt, maar is niet betrouwbaar voor speelvelden.

Kamille is op medisch gebied ook nuttig voor andere planten en niets is zo belangrijk voor de gezondheid van een tuin, en wel speciaal voor een organische kruidentuin, als de aanwezigheid van een stuk of wat kamilleplanten. Wanneer een plant in de kruidentuin gaat hangen en om zo te zien aan het dood- gaan is, dan — zo heeft men geconstateerd — leeft hij vaak weer op als er kleine kamilleplanten in de buurt worden gezet.

Oogst en drogen:
De kleine kamille bloeit van mei tot oktober. De bloemen verschijnen acht weken na het zaaien en zijn dan plukbaar. De bloemen moeten helemaal openstaan en kunnen om de paar dagen geplukt worden mits het droog en zonnig is. Op natte mistige dagen bevatten kamillebloemen slechts de helft van het gehalte aan kamilleolie. U moet alleen bloemen plukken met een heel klein steeltje of helemaal zonder steel en dit met de hand of een kam doen.

Ze mogen niet geplet worden of op een hoop gelegd, en komen in dunne lagen op een hor met een nylonnet te liggen. Het drogen moet snel geschieden bij een temperatuur die niet boven de 35° C mag oplopen. Goede ventilatie kan ertoe bijdragen dat de bloemen zelfs binnenin de kelken zo snel mogelijk opdrogen. Ze moeten zo min mogelijk worden aangeraakt véér en na het drogen, omdat ze makkelijk verpulveren. De gedroogde kamille moet in luchtdicht afgesloten potten op een droge plaats bewaard worden omdat ze makkelijk vocht uit de lucht absorbeert en dan gaat schimmelen.

woensdag 25 mei 2011

Bereidingen: nog meer vliersiroop

Ik ben al een paar keer gaan lopen de Damvallei en pik dan nog wat vlierschermen mee voor vlierbloesem siroop.
Siroop met spuitwater en een scheutje jenever blijkt ook lekker ;-)

De Tuin

Op zondag smijten we ons nog eens op de tuin. Er staan nog plantjes van ons bezoek aan Ecoflora en we hebben vanalles meegebracht uit Bellegarde.
We planten de Valeriaan, Rode Spoorbloem en het Vlas. Er moet nog een stukje maagdenpalm aan geloven. Er wordt onkruid gewied in de andere stukken, een net gehangen over de rode bessen en een stukje kippengaas over de aardbeien, die een beetje verspreid staan.
Ik heb nog zaailingen van wat misschien wel Juffertjes in 't groen zouden kunnen zijn, de papavers en de korenbloemen worden weer opgegraven en wat meer uit elkaar gezet. Ook de Gojibes krijgt een ander plaatsje. De toorts die we opgroeven tijdens een wandeling en die we al in de tuin gezet hadden, is verdwenen (de slakken?) maar ik had een uitgebloeide toorts in een potje met aarde gelegd, en daar zijn er toch een aantal van opgeschoten, ik plant ze gelijk ook uit.
Op maandag ga ik nog even langs bij Spinrad, een neteldoek kopen. Er is alleen nog kaasdoek voorradig (en zo leer ik dat neteldoek grover geweven is dan kaasdoek). Ik breng ook het receptenboekje mee en de ingredienten om een shampoo te maken.
Op woendsag plant ik het zoethout en het kleine SintJanskruid dat toch nog gegroeid is uit het beetje zaad dat ik vond op een herfstwandeling.
Alles krijgt ook elke dag een beetje water, want het is heel droog en warm weer.
Ik probeer nog een plekje te vinden voor de Engelwortel, die stond nog niet op het plan.
Deze week wil ik ook nog gaan kijken voor de stapstenen, zodra die een plaatsje hebben kunnen we ongestoord de rest van de palnten uitstippelen.
Ik wil een vakje maken met de verschillende salies die we gestekt hebben en de salie die meekwam uit de tuin in Bellegarde. En misschien redt de wede het?

vrijdag 20 mei 2011

Amour En Cage

een kruidig verhaaltje Mei 2011 - Bellegarde
Door Boontje en haar trawanten
J uffertje-in-t groen was door haar koene Ridder(spoor) op ‘t gele Paard(enbloem) lelijk in de steek gelaten en had nu een Gebroken Hartje. Maar ze liet de moed niet zakken.

Ze meekrapde  even met haar nagel(kruid) achter haar muizenoor, waste zich van kop tot (look)teenjte  met zeep(kruid) en haalde  de borstel(krans) door haar Venushaar. Ze trok haar Vrouwenschoentjes  aan en liep toen naar buurvrouw Tripmadam  om wat (Duivels)garen ,  een Naald(kervel) en een Vingerhoed(skruid) om de scheur in haar Vrouwenmantjeltje te naaien.
Toen sloeg ze haar mantel om , zette haar Beemdkroon op en wierp nog een vlugge blik in haar Spiegel(bloem). “Tijd om te gaan”, dacht ze en Hop daar sloeg ze haar Vleugeltjes(bloem) uit.
Aan de andere kant van het bos stond Brave Hendrik naar zijn Ganzevoeten te turen, twijfelend of hij nu zijn Monnikkenkap of zijn Kardinaalsmuts op zijn Harig Bedstro zou zetten. Hij strooide nog wat Monnikkenpeper op zijn Spekwortel en verorberde alles met veel smaak.
Maar wat kwam daar aangevlogen? Ons Juffertje-in-t groen.
“Dagschone”, zei onze Adonis.
“Dag Bleek Bosvogeltje”, antwoorde ze en terstond veranderde onze Hendrik in een echte Wildeman(skruid). Door het Sneeuwbaleffect, schonk hij haar direct een Potentilla erecta, waarop ons Kruidje-roer-me-niet in Wilde Morjolein veranderde.
Ze besloten samen nog een Doornappeltje te eten en be(Salomons)zegelden alles met een innige kus onder de Maretak. Als Slaapmutsje dronken ze nog een Jenever(bes) en ze leefden nog YlangYlang en geluksklokje.

donderdag 19 mei 2011

De tuin

Er zijn een heleboel plantjes meegkomen uit Bellgarde, zomaar, een beetje vochtig in een dichtgeknoopte plastiekzak. Ze hebben allemaal een plaatsje in de modder gekregen. De takjes (voornamelijk Salie soorten) om te stekken staan mooi in potjes.
Verder staan er nog wat aangekochte plantjes in potjes die ik dit weekend graag in de grond wil krijgen. We moeten echter het grondplan wel even herbekijken, om alle nieuwe planten (als ze willen overleven) toch een plaatsje te geven. Maar eerst zullen we nog wat maagdenpalm moeten verwijderen....

Ik had ook ergens nog wat zaad mee, die moeten nog in potjes gezaaid worden.

Ik heb gisteren nog wat in de tuin gewied, en in mijn ijver ook een Slaapmutsje gekapt. Jammer, maar er staan er gelukkig nog enkele.
Bij de borrelsteen kwam ik een kleine kikker tegen. Misschien toch nog een overblijfsel van de kikkerdril die we vorig jaar in de vijver hadden?

Nog meer bereidingen: lavendelzalf, muntsiroop, vlierlimonade

Een Lavendel zalfje: (James Wong)
Ik had nog veel lavendel maceraat staan, en aangezien de kinderen geen fan zijn van appeltaart met een lavendel smaakje, zoek ik andere toepassingen.

lavendel maceraat met bijnenwas opwarmen au bain maire. (in verhouding: 300ml maceraat op 25g bijenwas)
De consistentie kan getest worden door een druppel te laten vallen in ijskoud water. Iniden nodig maceraat of bijenwas toevoegen

Muntsiroop
de munt in de tuin wordt opgegeten door de kevers of de slakken. Ik wil er dus snel nog wat mee doen om hem later nog te kunnen gebruiken
Een deel gaat in stukken gesneden in water in de diepvries en verder probeer ik wat munt in siroop (1 water/1 suiker te laten trekken. Ik wil hem echter niet laten meekoken, de blaadjes worden al bruin as ik ze in de warme siroop doe.


Vliersiroop
De vlier in de tuin staat in bloei. Ik pluk een aantal schermen (het struikje is nog niet zo groot, en ik wil straks ook nog wat bessen hebben) en doe ze samen met een paar schijfjes limoen in een pot suikerwater. Zaterdag is er een BBQ en wil ik proberen om er met spuitwater een limonade van te brouwen. De vlierbeingets van Hilde (ontmoet op de kruidenstage) en vlier in witte wijn wil ik ook wel eens proberen.

Kruidenstage Bellegarde

We zijn terug van onze stage in Bellegarde en Diois. Een mooie week, vol plantjes, wandelingen, mooie plaatsjes. Wezullen nog wat tijd nodig hebben om alles te verwerken...

maandag 2 mei 2011

Monografie: Jacobskruiskruid (Jacobaea vulgaris)

Jakobskruiskruid

Jakobskruiskruid heeft een krans van gele straalbloempjes, in tegenstelling tot de ronde bloemen van boerenwormkruid. Er komen echter planten voor waarbij de straalbloempjes ontbreken, namelijk bij de ondersoort Senecio jacobaea subsp. dunensis, ook wel duinkruiskruid genoemd.

Jakobskruiskruid is giftig voor de meeste zoogdieren, waaronder ook de mens, doordat het zestien verschillende alkaloïden bevat. De bloemen bevatten twee keer zoveel gif als de bladeren. In de plant bevinden pyrrolizidine alkaloïden zich in de N-oxide vorm en zijn dan niet giftig. Pas als de plant opgegeten wordt, worden deze verbindingen met name in de dunne darm omgezet in giftige, vrije alkaloïden die de lever aantasten waarbij kleine bloedvaatjes in de lever verstopt raken. ('Hepatische veno-occlusie'). Ook bij mensen die geregeld kruidenthee van de plant dronken is dit ziektebeeld beschreven

Het grootste gevaar schuilt in hooi en kuilvoer. Ongemerkt kunnen dieren dan het giftige Jakobskruiskruid binnen krijgen. Het verwijderen van de planten uit het hooi is bijna ondoenlijk, omdat de bladeren verbrokkeld kunnen zijn. De pyrrolizidinealkaloïden verlaten het lichaam binnen 24 tot 48 uur voornamelijk via de nieren, maar het kan ook via melk. Pyrrolizidine alkaloïden hebben een cumulatief effect. Zowel de opname van een grote hoeveelheid in één keer, als de opname van kleine hoeveelheden over langere tijd kunnen leiden tot beschadiging van de lever en ziekteverschijnselen. Hoewel kruiskruidvergiftiging de lever dus op een onomkeerbare manier kan beschadigen, is het effect van deze beschadiging op de gezondheid van een dier niet altijd onomkeerbaar. Tot op zekere hoogte kan de functie van de afgestorven levercellen overgenomen worden door andere levercellen. Als de aangebrachte schade echter te groot is, dan is dit niet meer mogelijk en als de levercapaciteit met 50-70% is afgenomen ontstaan er verschijnselen van leverziekte. Een dier kan dus PA's opnemen, maar als de hoeveelheden zodanig zijn, dat de lever het kan compenseren, zie je niets aan het dier, ook niet in het bloed. Bij hogere niveaus zie je eerst afwijkende bloedwaarden (o.a. leverenzymen), en vervolgens verschijnselen. Hoe hoog deze niveaus zijn is niet bekend, maar dit zal ook per diersoort en per individu verschillen.

Runderen en paarden vermijden het plantje normaal gesproken bij het grazen, maar in tijden van droogte en voedselschaarste kunnen ze het wel gaan eten. Bij runderen kan het gif ook zonnebrand veroorzaken, doordat het gif in het bloed van de haarvaten onder invloed van het UV-licht van de zon schadelijk wordt voor de omliggende weefsels. Schapen eten de plant graag en zijn minder gevoelig voor de gevolgen. Ze krijgen later echter wel problemen in de groei.

Allergie

Jakobskruiskruid kan na huidcontact een allergische reactie geven, die "contactallergisch eczeem door composieten" wordt genoemd. Deze allergie kan optreden bij gesensibiliseerde personen na huidcontact of na opname van planten(delen) via de mond. De allergie wordt niet veroorzaakt door de pyrrolizidine alkaloïden, maar door andere stoffen, de zogenaamde sesquiterpene lactonen, die in veel planten van de Composietenfamilie voorkomen, zoals bijvoorbeeld ook bij witlof, waarbij het een bekende beroepsziekte van kwekers is. Het is daarom aan te raden om bij het aanraken van de bloemen en planten handschoenen te dragen.
(WIKIPEDIA)

Hoewel Jakobskruiskruid een serieus probleem voor paardenhouders kan zijn, is dit Kruiskruid veel meer dan een ongewenst onkruid. Jakobskruiskruid is namelijk een belangrijke bron van nectar en stuifmeel. Zo'n 150 insectensoorten maken er gebruik van, waaronder veel bijen, zweefvliegen en vlinders. Het Jakobskruiskruid probleem bestrijden door de plant uit te roeien is dus, losstaand van de praktische onmogelijkheid om dit te bereiken, onwenselijk. Een goede oplossing voor het probleem is dus niet zo eenvoudig te bedenken. Dit betekent echter niet dat er niets aan te doen is!